Korte achtergrond van de roman

Anna, een engeltjesmaakster:

In het Rotterdam van 1926 is de jonge weduwe Anna werkzaam als pensionhoudster en engeltjesmaakster (aborteuse). Ze heeft haar handen vol aan haar kleurrijke pensiongasten en aan de kwetsbare meisjes die in hun wanhoop een beroep op haar doen. Hoewel ze zich met veel liefde en toewijding aan haar taken wijdt, is ze samen met haar jongere zus Dora van plan om een eigen hotel te beginnen. Zodra het idee vaste vormen aanneemt, slaat echter het noodlot toe. Anna wordt ten onrechte beschuldigd van een abortus met dodelijke afloop. Spannende gebeurtenissen volgen elkaar op en Anna komt voor keuzes te staan die ze nooit voor mogelijk had gehouden, maar ze is hoe dan ook van plan haar bijgestelde doel te bereiken.

Het vooroorlogse Rotterdam

In de jaren `20 – ook wel aangeduid als ‘the roaring twenties’ – was Rotterdam een stad met een sprankelend uitgaansleven; zowel Dancing Pschorr (van Dirk Reese) als La Gaïté (van Abraham Tuschinski) trok veel bezoekers. De stad had nog meer fraaie uitgaansgelegenheden en een aantal populaire bioscopen in de Hoogstraat. Het uitgaansleven trok ook veel mensen van buiten de stad, zodat het laatste treintje dat in het weekend van Rotterdam naar Den Haag reed ‘het parfumtreintje’ werd genoemd.

Het centrum van Rotterdam werd als erg gezellig ervaren. Er was nog geen winkelsluitingswet zodat de winkels dagelijks tot een uur of negen of tien `s avonds geopend waren. De Hoogstraat was dé winkelstraat van toen en is vergelijkbaar met de Lijnbaan (of Koopgoot) van nu. De lange straat bood een uiteenlopende variëteit aan grote en kleine winkels. Op straat was veel vertier: behalve straatmuzikanten waren er ook ballonnen-, schoenpoets-, bloemen- en bananenventers. Regelmatig duikelden clowns over het trottoir en gaven boeienkoningen een indrukwekkende voorstelling van hun bevrijdingskunst. Boodschappen werden aan huis bezorgd, dus het was druk op staat met de vele leveranciers en hun karren. De markt aan de Goudse Singel was een wekelijks evenement dat mensen van heinde en verre trok.

Engeltjesmaaksters

In elke stad of dorp waren destijds engeltjesmaaksters actief. Zij hadden een illegale praktijk als aborteuse die ondanks de morele en medische bezwaren geregeld klanten trok. Sommigen deden het zo nu en dan, als erom gevraagd werd. Voor anderen was het een permanente bijverdienste. Er waren vruchtafdrijfsters met een hele slechte reputatie en afdrijfsters die juist goed bekend stonden. Goede naam of niet, wie zich aan het uitvoeren van vruchtafdrijving schuldig maakte, liep het risico strafrechtelijk te worden vervolgd. Regelmatig verschenen dit soort berichten in kranten:

ROTTERDAM, 14 juli. – De Rechtbank veroordeelde heden juffrouw J de L., weduwe van J.G. Sp., alhier, wegens het misdrijf, bedoeld in artikel 251 bis W. v. S. (abortus) tot 3 maanden gevangenisstraf. Uit: De Telegraaf. 15-7-1922

De Dordtsche Rechtbank heeft den fotograaf J. R. te Dordtrecht wegens vruchtafdrijving veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorloopige hechtenis. Uit: het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad. 14-5-1927, avond

De Rechtbank te Zutphen veroordeelde J. F. v. d. L., handelsreiziger te Apeldoorn, thans gedetineerd, wegens overtreding van artikel 251 bis W. v. S. (abortus) tot 2 jaar gevangenisstraf met aftrek der preventieve hechtenis. De eisch was 3 jaar. Uit: De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad. 8-6-1922

Het waren dus niet alleen vrouwen maar zeker ook mannen die op deze manier bijklusten. Voor wie het lukte om buiten de mazen van de wet te blijven, zag zijn vaak karige salaris met tientallen guldens aangevuld worden, want er werd grof aan andermans ellende verdiend.

Op het gebied van anticonceptie was er nog vrijwel niets. Er bestonden al wel condooms maar die werden vooral in de prostitutie gebruikt. Voor de meisjes en vrouwen die ongewenst zwanger waren, was de nood hoog. Wanneer hun vrijer de kuierlatten had genomen, stonden ze er alleen voor. Het betrof veelal meisjes die voor hun ouderlijk huis het gezinsinkomen moesten aanvullen en derhalve wel móesten doorwerken, hetzij in een fabriek, hetzij in een huishouden. Er was nog geen kinderopvang en er was niets betreffende adoptie geregeld. Een bezoek aan een engeltjesmaakster was dan de enige uitweg. Ook dames uit de gegoede klasse hadden een oplossing voor hun ongewenste zwangerschap nodig, maar zij konden meestal bij een bevriende arts terecht die om ‘medisch-gyneacologische redenen’ een steriele curettage uitvoerde.

Een illegale abortus kon op twee manieren uitgevoerd worden: met de priem waarbij de vruchtzak werd doorgeprikt of met de zeepspuit waardoor de baarmoeder geïrriteerd raakte. In beide gevallen volgde meestal een miskraam, hoewel in sommige gevallen nog ‘een behandeling’ nodig was. Een dergelijke vruchtafdrijving was een zeer riskante onderneming, vooral omdat de instrumenten niet ontsmet waren. Er konden levensgevaarlijke infecties optreden die in de tijd vóór de ontdekking van de antibiotica zeer moeilijk te bestrijden waren. Niet alle vrouwen konden een dergelijke abortus dan ook navertellen. Anderen hadden hun leven lang te kampen met de gevolgen; ze waren definitief onvruchtbaar, kregen buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of hadden allerlei chronische klachten. Het is niet precies bekend hoe vaak het fout ging want een vruchtafdrijving vond in het geheim plaats en als er geen complicaties waren, ging het ongemerkt voorbij.

Terug naar: Anna, een engeltjesmaakster